Het Sauerland wordt ook wel het land van de 1000 bergen genoemd. Om heel precies te zijn tellen we er 2711.

Het Sauerland is een gebergte met vele stuwmeren en bossen. Hoogste top is de Kahler Asten (841m), hoogste punt van Nordrhein-Westfalen. Het Hochsauerland, ook het Rothaargebergte genaamd, is natuur bij uitstek. Actief toerisme met wandelen, fietsen, bobslee, wintersport en meer is er troef. Bij de Kahler Asten bevindt zich het wintersportcentrum bij uitstek: Winterberg. Het sportaanbod in Winterberg is ongelooflijk rijk, ook in de zomer. Maar ook talloze burchten en musea zijn in deze regio te bewond
eren, niet in het minst voor Belgen het BSD-Museum in Soest, museum van de Belgische strijdkrachten in Duitsland.

Als iets dit bergachtige gebied midden in Duitsland kenmerkt, dan zijn het de wandelmogelijkheden. Zij vormen voor velen de hoofdreden het Sauerland te bezoeken. Het is hier mogelijk meerdaagse trektochten te ondernemen door glooiende bossen en velden in merkbaar zuivere lucht. Op veel plaatsen komt bovendien zuiver bronwater aan de oppervlakte. Er zijn verscheidene officieel erkende waterkuuroorden waar velen aan hun gezondheid werken.

Oostelijk van het Sauerland ligt het noorden van de deelstaat Hessen, dat boven de lijn Marburg - Kassel ligt. In het westen komt het Oberbergische Land aan de grenzen. Beide gebieden vormen wat minder hoge, wat lieflijker glooiende aanloopjes tot het echte Sauerlandse berggebied, waar ze landschappelijk goed op aansluiten.

Op uitzonderingen als de Edersee en Willingen na zijn ze toeristisch wat minder bekend. En dus bij uitstek geschikt om zelf te ontdekken. Het Sauerland ligt in het zuiden van de deelstaat Noordrijn-West- falen, op één tot twee uur rijden van Nederland en België. Het bestaat uit vier districten. Deze districten zijn de bestuurlijke onderverdeling van de tamelijk onafhankelijke deelstaten, die tezamen de bondsrepubliek Duitsland vormen. (De Duitse aandui- ding voor zo'n district is Kreis). De vier Sauerlandse districten zijn de Mark (Märkische Kreis), Soest (ook aangeduid als Nordsauerland en Hellweg), Olpe (Südsauerland), en Hochsauerland. Direct zuidelijk ervan ligt het Kreis Siegen-Wittgensteinerland. Dat behoort niet tot het Sauerland‚ maar wordt meestal in dezelfde adem genoemd. Dit hele gebied bestaat uit middelgebergte. De toppen lopen op van zo'n 300 tot 500 m in het westelijke deel tot ruim 800 m in het Hochsauerland en de Willinger Uplands. ln Noord-Hessen dalen ze weer tot 400 à 600 m. Dit glooiende landschap is grotendeels begroeid met bossen. De in reisgidsen en toeristische folders maar al te vaak onnadenkend gebruikte aanduiding ‘ongerept’ is daar geenszins op van toepassing. Het is voor het overgrote deel productiebos. De sporen van bosarbeid zijn dan ook legio, en elk jaar op andere plaatsen te vinden.

Tientallen jaren werden vooral snelgroeiende, maar nogal eentonige en bodemverstikkende naaldbossen aangeplant. Tegenwoordig ziet men weer meer het belang van gemengd loof- en naaldwoud in, wat de variatie voor de bodem en de wandelaar ten goede komt. De meeste stadjes, dorpen en gehuchten liggen in de dalen, omgeven door gras- en graanvelden. Daar liggen ook de beroemde stuwmeren, gevoed door honderden riviertjes en beken. Sommige stuwmeren zijn alleen bestemd voor drinkwatervoorziening en natuurbescherming en daarom verboden terrein voor de watersporter. De meeste, en vooral de grote, zoals het Agger-‚ Bigge-‚ Sorpe-‚ Möhne-, Diemel- en Ederstuw- meer, vormen echter centra van watersport en ontspanning.

Aan de ruime 30.000 km wandelpaden worden in toenemende mate fietsroutes toegevoegd. De fietser moet op de meeste routes rekening houden met flinke, niet zelden steile hellingen. Maar wie die oprijdt, fietst er ook weer af. De wandelaar heeft daar minder moeite mee en vindt in het Sauerland al zijn wensen vervuld. Het is mogelijk meerdaagse trektochten te ondernemen door bos en veld. De dagtochtliefhebber kan volop rondwandelingen vinden. Die gaan helemaal door donker woud, winden zich rond een meer of lopen van een eeuwenoude burcht naar een verstild klooster. De cultureel geïnteresseerde kan zich laven aan vele ruïnes en kastelen en een grote verscheidenheid aan kerken. Meest typerend zijn de vaak eeuwenoude hallenkerken. Vele vertonen romaanse en gotische bouwsporen‚ de interieurs zijn dikwijls barok. De meeste musea zijn gericht op de plaatselijke historie. Hagen en Kassel, de twee steden die het gebied in het noordwesten en het noordoosten afgrenzen‚ spelen een belangrijke rol in de hedendaagse kunst. Binnen het ruimere Sauerland liggen zes natuurparken. Van oost naar west zijn dit het Bergische Land, Ebbegebergte, Homert, Arnsberger Woud, het Rothaargebergte en Diemelsee. Daarin gaan natuurbescherming en menselijk gebruik hand in hand. Slechts zeer weinig plaatsen zijn niet toegankelijk. Van de verschillende steensoorten waaruit de Sauerlandse bergen zijn opgebouwd, is kalksteen de zachtste. Daarin zijn door het water grote holten uitgesleten. In feite loopt er een groot u stelsel van grotten van Letmathe via Hemer naar Balve. Het begint zelfs al buiten het Sauerland, bij Düsseldorf, en is zo'n 126 km lang. Sommige grotten zijn bij toeval ontdekt. Er werden resten van holenberen, mammoets en mensen uit de Steentijd in gevonden. Rondleidingen door de grillige gewelven vormen een grote Sauerlandse attractie. De andere opvallende steensoort is ‘Schiefer’ oftewel leisteen. Een bezoek aan een voormalige leisteengroeve leert veel over de grijze steensoort, die u door heel het gebied als muur- en
dakbedekking tegenkomt. Samen met het vakwerk is dit de bouwwijze die zoveel sfeer geeft aan de dorpen en stadjes van het Sauerland.

Net als de Eifel, Moezel en de Elzas is ook het Sauerland dichtbij en zeer zeker een bezoek waard.