DE EIFEL
Ontsloten door de Belgisch-Luxemburgse grens, de autoweg Aken-Keulen en omhelsd door twee verrukkelijke rivieren: de Rijn en de Moezel.
Hier weet dit glooiende landschap met uitgestrekte hoogplateaus, bossen, landelijke dorpjes en vaak diep ingesneden valleien menig toerist te bekoren. Deze regio van diepgroene heuvels, lieflijke dorpjes en vulkanische meertjes ligt net over de Belgische grens. In de vele burchten, kloosters en kastelen van de Eifel komt de geschiedenis terug tot leven. Maak zeker een stop in Monschau, een pittoresk stadje waar je terugreist in de tijd. In het verkeersvrije centrum is de laatste 300 jaar niet veel veranderd. Je dwaalt er door gezellige middeleeuwse straatjes met scheve vakwerkhuisjes en rust uit op een terrasje aan de oever van de Ruhr. Landschappelijk kan je de Eifel opdelen in vier regio’s: Nordeifel, Südeifel, Ahrvallei, en Hohe Eifel of Vulkaneifel.

De Nordeifel wordt ook wel eens de Eifeler Seenplatte genoemd. Begin twintigste eeuw werd het landschap er grondig gewijzigd door de aanleg van dammen (‘Talsperren’) en stuwmeren (‘Stauseen’). De redenen daarvoor waren drieërlei: het onder controle houden van het opstuwende waterpeil en overstromingen, een meer regelmatige waterbevoorrading voor bedrijven in de regio Düren-Jülich en het kunnen opwekken van energie. Na de bouw van de eerste stuwdam, de Urfttalsperre, tussen 1900 en 1905 volgden nog andere waterbouwkundige projecten zoals de Dreilägerbach-Stausee voor de drinkwaterbevoorrading van Aken en de Rurtalsperre Schwammenauel, meteen de grootste en meest bezochte in de regio.
Nog net binnen het afgebakende Belgisch-Duitse natuurpark Hohes Venn-Eifel  situeert zich de Schnee-Eifel, op een langgerekte kam tussen Prüm en Bitburg met als hoogste punt de Schwarzer Mann (698 meter).
Zuidwaarts van de Schnee-Eifel tref je de Südeifel aan, waarvan het westelijk gedeelte behoort tot het Duits-Luxemburgse Naturpark. De Oostgrens wordt gevormd door het riviertje Kyll, dat een eindje verderop ontspringt tussen Kyllburg en Gerolstein in de bosrijke Waldeifel.
De Ahrvallei  wordt vaak geroemd als één van de mooiste zijdalen uit het Rijnbekken. Ontstaan op 462 meter hoogte in Blankenheim mondt het sterk kabbelende en snel stromende riviertje na zo’n 90 km. uit in de Rijn. Landschappelijk uit de Ahrvallei zich in drie taferelen. De diep ingesneden bovenloop wordt gekenmerkt door dichtbeboste hellingen die de weiden en dalen ontsluiten. Op de steile, Zuidwaarts gerichte hellingen in het midden-Ahrdal tref je tal van wijngaarden aan, die de vallei haar toeristische uitstraling geven.
Vanaf Walporzheim verder stroomafwaarts wordt het dal breder en sieren boomgaarden het landschap. Aan de zuidkant richten beboste hellingen zich een paar honderd meters hogerop, aan de noordzijde wordt het landschap gedomineerd door de 273 meter hoge basaltrots Landskrone. Centraal tussen Rijn, Ahr en Kyll vind je de Hohe Eifel of Vulkaneifel, waarvan het typische, golvende landschap wordt gevormd door het van oorsprong vulkanische landschap. Hier vind je heel wat meertjes die zich gevormd hebben in oude vulkaankraters. Deze Maare worden ook wel de blauwe ogen van de Eifel genoemd. Markante basaltkernen van de Hohe Acht (747 m.), de Nürburg (678 m.), de Hochkel (674 m.) en de Ernstberg (700 m.) werden in het Tertiair gevormd en tekenen de horizon tussen Gerolstein en Daun.